Een magneetventiel is een ventiel dat met een elektrisch signaal wordt geschakeld. Een spoel trekt een anker aan, en daarmee opent of sluit het ventiel de doorstroming. Daardoor vormt het magneetventiel de schakel tussen de besturing en de pneumatiek: de PLC geeft een signaal, het ventiel laat de lucht door en een cilinder beweegt.
Rond een beweegbaar anker zit een spoel. Zet u spanning op de spoel, dan ontstaat een magnetisch veld dat het anker verplaatst. Dat anker opent of sluit de doorlaat. Valt de spanning weg, dan brengt een veer het anker terug naar de ruststand. Zo zet een klein elektrisch signaal een veel grotere luchtstroom in beweging.
Er zijn twee manieren waarop het anker de hoofddoorlaat bedient.
| Type | Werking | Geschikt voor |
|---|---|---|
| Direct werkend | Het anker opent zelf de hoofddoorlaat | Kleine doorlaten, werkt ook bij lage druk |
| Voorgestuurd | Het anker bedient een voorstuurventiel dat de hoofdklep opent | Grotere doorlaten, vraagt een minimale werkdruk |
Voorgestuurde ventielen kunnen met een kleine spoel een grote luchtstroom schakelen, maar hebben een minimale druk nodig om te werken. Direct werkende ventielen werken ook bij lage of geen druk.
De ruststand bepaalt het gedrag bij spanningsuitval. Een normaal gesloten ventiel (NC) is in rust dicht en opent bij bekrachtiging. Een normaal open ventiel (NO) is in rust open en sluit bij bekrachtiging. De keuze hangt af van de gewenste veilige stand bij stroomuitval.
Een magneetventiel wordt verder beschreven met het aantal wegen en standen, zoals 3/2 of 5/2. Dat bepaalt of het een enkelwerkende of dubbelwerkende cilinder kan sturen. Hoe u die aanduiding leest, staat in wegventielen uitgelegd. Voor meerdere ventielen bij elkaar is er het ventieleiland.
Een ventiel dat met een elektrisch signaal wordt geschakeld. Een spoel trekt een anker aan dat de doorstroming opent of sluit, en vormt zo de schakel tussen besturing en pneumatiek.
Bij direct werkend opent het anker zelf de hoofddoorlaat, ook bij lage druk. Bij voorgestuurd bedient het anker een voorstuurventiel dat de hoofdklep opent; dat vraagt een minimale werkdruk.
Normaal gesloten (NC) is in rust dicht en opent bij bekrachtiging. Normaal open (NO) is in rust open en sluit bij bekrachtiging. De keuze bepaalt de veilige stand bij stroomuitval.
Het aantal wegen en standen. Dat bepaalt of het ventiel een enkelwerkende of een dubbelwerkende cilinder kan sturen.
Meestal door vuil of vocht in de lucht. Goede luchtverzorging met een filter en regelaar voorkomt de meeste storingen.