Een pneumatisch ventiel kiezen draait om een paar vragen die elkaar opvolgen: wat moet het sturen, hoe wordt het bediend en hoeveel lucht moet erdoor. Beantwoord die op volgorde en u houdt vanzelf het juiste ventiel over. Dit artikel loopt de keuze stap voor stap met u door.
| Stap | Vraag | Bepaalt |
|---|---|---|
| 1. Cilindertype | Enkel- of dubbelwerkend? | 3/2 voor enkelwerkend, 5/2 voor dubbelwerkend |
| 2. Standen | Is een middenstand nodig? | 5/2 of 5/3 met de gewenste middenstand |
| 3. Bediening | Elektrisch, pneumatisch of mechanisch? | Magneetventiel, luchtgestuurd of handbediend |
| 4. Stuurgedrag | Moet het ventiel na het wegvallen van het stuursignaal terugkeren of zijn stand behouden? | Monostabiel of bistabiel |
| 5. Debiet | Welke doorstroming is nodig? | De maat en doorlaat van het ventiel |
| 6. Opbouw | Een los ventiel of meerdere bij elkaar? | Los ventiel of ventieleiland |
Stap 1 en 2 leiden samen tot de weg- en standuitvoering. Een enkelwerkende cilinder vraagt een 3/2-wegventiel, een dubbelwerkende een 5/2. Wilt u de cilinder onderweg kunnen stoppen, dan kiest u een 5/3-ventiel met een gesloten of ontlucht midden. De aanduiding leest u na in wegventielen uitgelegd.
Een ventiel dat qua weg- en standuitvoering klopt, kan toch te krap zijn. De doorlaat moet voldoende lucht doorlaten om de cilinder op snelheid te krijgen. Kies de maat dus mede op het benodigde debiet, en stem de slang en koppelingen daarop af.
Stuurt u een enkele cilinder, dan volstaat een los ventiel. Stuurt u er meerdere centraal aan, dan is een ventieleiland overzichtelijker: het scheelt bedrading en slangwerk en biedt centrale diagnose. Meer daarover in wat is een ventieleiland.
Bij het cilindertype. Een enkelwerkende cilinder vraagt een 3/2-wegventiel, een dubbelwerkende een 5/2. Daarna volgen standen, bediening, stuurgedrag, debiet en opbouw.
Als u de cilinder onderweg moet kunnen stoppen. De middenstand houdt hem op zijn plek of laat hem vrij, afhankelijk van het type.
De doorlaat van het ventiel moet genoeg lucht doorlaten voor de gewenste cilindersnelheid. Stem de maat af op het benodigde debiet en op slang en koppelingen.
Voor een enkele cilinder een los ventiel; voor meerdere centraal aangestuurde ventielen een ventieleiland, dat bedrading en slangwerk bespaart.
Monostabiel keert met een veer terug naar de ruststand; bistabiel houdt de laatste stand vast. Kies op basis van de gewenste stand bij stroomuitval.
Met de online configuratoren en filters van ADL selecteert u eenvoudig het juiste ventiel op basis van cilindertype, bediening, debiet en gewenste functies. Zo vindt u snel een geschikte uitvoering voor uw toepassing.